Er zijn recent verschillende regelgevende en normatieve initiatieven gelanceerd die het gebruik van product- en bouwwerkpaspoorten stimuleren of verplichten. Op Europees niveau introduceren de gereviseerde Construction Product Regulation (CPR, 2024) en de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD, 2024) respectievelijk het digitale productpaspoort of digital product passport (DPP) voor bouwproducten en het digitale gebouwlogboek of digital building logbook (DBL). Ook de EU-Taxonomie moedigt het gebruik van deze digitale paspoorten aan. In Vlaanderen werkt de OVAM aan een regelgevend kader voor het bouwwerkpaspoort (BWPP).
Tegelijk worden er op het niveau van Europese normalisatieorganisaties volop inspanningen geleverd om de technische fundamenten van deze paspoorten te standaardiseren. Van de ontwikkeling van een overkoepelend IT-raamwerk tot de uitwerking van circulaire datamodules voor bouwproducten: verschillende werkgroepen buigen zich over de praktische invulling van wat straks de nieuwe norm wordt.
Laatste update: 1/08/2025
Construction Products Regulation (CPR)
De Construction Products Regulation (CPR, 2020) is een EU-verordering die de wettelijke basis vormt voor de verhandeling van bouwproducten in de EU. De CPR koppelt de vrije handel van bouwproducten in de Europese Economische Ruimte (EER) aan technische beoordelingen volgens uniforme technische specificaties. Bouwproducten met een geharmoniseerde norm of harmonised European Norm (hEN) dienen conform deze normen te worden beoordeeld en dit kenbaar te maken via een CE-markering op het product en een prestatie- en conformiteitsverklaring of Declaration of Performance and Conformity (DoPC). Bouwproducten zonder hEN kunnen via een Europese Technische Beoordeling of European Technical Assessment (ETA) eveneens een CE-markering verkrijgen.
De herziene CPR bouwt voort op de versie van 2011 en legt de nadruk op digitalisering, met de introductie van het digitaal productpaspoort (DPP) voor bouwmaterialen als belangrijke nieuwigheid. Producenten zullen voor hun producten een DPP moeten voorzien, waarin ook de Declaration of Performance and Conformity (DoPC) (vroeger DoP) wordt opgenomen. Het systeem van digitale productpaspoorten voor bouwproducten wordt via een gedelegeerde handeling ingevoerd tegen 2026. Achttien maanden later wordt het verplicht voor fabrikanten om kosteloos een DPP aan te bieden. Deze verplichting geldt echter pas zodra er onder de nieuwe CPR een geharmoniseerde prestatienorm is vastgesteld voor de betreffende productgroep. In de tussentijd kunnen producenten het systeem vrijwillig gebruiken.
Een andere nieuwigheid in de gereviseerde CPR is de opname van hergebruik en recyclage onder de termen gebruikt product en geherproduceerd product. Dit opent de deur voor het opnemen van hergebruikte en gerecycleerde bouwproducten in geharmoniseerde normen. De CPR voorziet onder meer in een aangepaste CE-markering voor gebruikte producten, de opname van datum en plaats van de laatste de-installatie in de prestatie- en conformiteitsverklaring en het recht voor fabrikanten om bij leveranciers van gebruikte producten (zoals de de-installateur) informatie op te vragen over het vorige gebruik en het de-installatieproces. De Europese Commissie, bijgestaan door een deskundigengroep, zal evalueren of, hoe en welke gebruikte en geherproduceerde producten in de geharmoniseerde normen zullen worden opgenomen. Dit is dus nog niet definitief vastgelegd.
De informatievereisten voor het Digital Product Passport (DPP) van bouwproducten zijn vastgelegd in artikel 76 van de gereviseerde CPR. Deze omvatten:
- Prestatie- en conformiteitsverklaring (DoPC)
De vroegere prestatieverklaring (DoP) wordt hernoemd tot prestatie- en conformiteitsverklaring (DoPC). Nieuw is dat hierin milieuprestaties moeten worden opgenomen volgens een vastgelegde lijst van essentiële milieukenmerken. Deze kenmerken stemmen overeen met de milieu-impactcategorieën uit EN 15804:2012+A2:2019, de Europese norm voor milieuprestatieverklaringen van bouwproducten (EPD’s). Daarmee worden de indicatoren die tot nu toe op vrijwillige basis werden gebruikt, nu verplicht voor alle bouwproducten. - Algemene productinformatie, gebruiksaanwijzing en veiligheidsinformatie
- Technische documentatie
Onderliggende documentatie die de basis vormt voor de DoPC, zoals gevolgde beoordelingsprocedures, prestatieberekeningen en bewijsmateriaal. Deze informatie is niet publiek toegankelijk. - Etikettering
De Europese Commissie kan etiketteringsregels voor ecologische duurzaamheid invoeren voor producten die vaak door consumenten worden gekozen en waarvan de milieuprestaties niet sterk variëren afhankelijk van de installatie. - Unieke identificatiemiddelen
Deze worden geregeld via de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) en moeten zorgen voor volledige interoperabiliteit tussen DPP’s van bouwproducten en andere fysieke producten. - Documentatie vereist door andere EU-wetgeving
Bijvoorbeeld voor producten die ook onder de ESPR vallen. - Gegevensdragers gekoppeld aan het DPP
Elk product krijgt een digitale gegevensdrager, zoals een QR-code of chip, die toegang biedt tot het DPP van dat specifieke product. Deze wordt gekoppeld aan de CE-markering.
De informatievereisten voor het Digital Product Passport (DPP) van bouwproducten (Europese Commissie, presentatie voor Feasibility study on an EU database for Construction Products – Consultants meeting, 2024).
Bijlagen II en III van de herziene CPR bevatten respectievelijk de milieukenmerken die verplicht moeten worden opgenomen in geharmoniseerde prestatienormen voor specifieke productgroepen – de zogenaamde “vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken” – en dus ook verplicht moeten worden opgenomen in het Digital Product Passport (DPP), en de kenmerken die kunnen worden opgenomen in de prestatienormen.
De milieukenmerken die moeten worden opgenomen in het DPP zijn overgenomen uit de “core environmental impact indicators” en de “additional impact indicators” van EN 15804 : 2012+A2:2019 ‘Sustainability of construction works – Environmental product declarations – Core rules for the product category of construction products’. De milieukenmerken die mogelijk worden opgenomen hebben voornamelijk betrekking op circulariteit en zijn tot dusver niet genormeerd. Daar komt echter wellicht binnenkort verandering in. Zie verder.
| Milieukenmerken die moeten worden opgenomen in het DPP | Milieukenmerken die kunnen worden opgenomen in het DPP |
Vanaf januari 2026:
Vanaf januari 2030:
Vanaf januari 2032:
Voor zover mogelijk: het vermogen om koolstof tijdelijk te binden en van andere manieren om koolstof te verwijderen |
|
Laatste update: 30/06/2025
Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR)
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR, 2024) is een Europese verordening die gericht is op het verbeteren van de circulariteit, energieprestatie en milieuduurzaamheidsaspecten van producten die op de Europese markt worden gebracht. De concrete eisen waaraan producten moeten voldoen, worden per productgroep vastgelegd via gedelegeerde handelingen (Delegated Acts of DA’s). Productgroepen met een groot potentieel om bij te dragen aan de circulaire economie – zoals staal, aluminium, textiel en meubels – krijgen daarbij prioriteit.
Waar de vorige Ecodesign Directive (2009) zich beperkte tot energieverbruikende en energiegerelateerde producten, milieuaspecten op vlak van klimaatverandering en circulariteit, en de gebruiksfase, breidt de ESPR haar toepassingsgebied aanzienlijk uit. De nieuwe verordening geldt in principe voor alle fysieke producten — met uitzondering van enkele sectoren zoals voeding en farmacie — en bestrijkt alle milieuduurzaamheidsaspecten over de volledige levenscyclus van een product. Ook halffabrikaten vallen onder deze brede scope. Een belangrijke innovatie binnen de ESPR is de introductie van het Digital Product Passport (DPP). Hoewel het concept al langer bestaat, biedt de ESPR nu de wettelijke basis voor de invoering ervan en garandeert het een versnelde uitrol dankzij een vast tijdskader. De eerste DPP’s worden verwacht tegen 2027, vermoedelijk voor batterijen.
Bouwproducten vallen in principe onder de scope van de ESPR, maar de ESPR zal enkel de regie nemen over bouwproducten wanneer deze (nog) niet onder een ander regelgevend kader vallen — in de eerste plaats de Construction Products Regulation (CPR), die het belangrijkste regelgevingskader blijft voor milieuduurzaamheidsaspecten van bouwproducten. In dergelijke gevallen treedt de ESPR op als vangnet, om te vermijden dat productvereisten ontbreken die dringend nodig zijn om de klimaat- en milieudoelstellingen van de EU te realiseren. Er zijn wel twee uitzonderingen waarbij de ESPR wél het primaire regelgevingskader vormt:
- Energiegerelateerde bouwproducten, zoals boilers, warmtepompen en ventilatiesystemen.
- Bouwproducten die ook halffabrikaten zijn, zoals staal en aluminium.
Verder vormt de ESPR het leidende regelgevingskader voor technische vereisten rond DPP’s voor alle producten. Zo bepaalt de CPR dat het systeem van digitale paspoorten voor de bouw compatibel en interoperabel moet zijn met het DPP-systeem zoals vastgelegd onder de ESPR.
Voor cement, dat technisch gezien een halffabrikaat is, blijft de CPR leidend, maar voorziet de ESPR expliciet in een vangnet. Aangezien de cementindustrie zeer energie-, materiaal- en koolstofintensief is (goed voor ca. 7% van de wereldwijde en 4% van de Europese CO₂-uitstoot), kan de Europese Commissie vanaf eind 2028 tot uiterlijk begin 2030 een gedelegeerde handeling vaststellen met ecodesignvereisten voor cement, mochten passende prestatie- en informatievereisten voor de milieu- en koolstofvoetafdruk van cement via de CPR uitblijven.
Zowel de ESPR als de CPR zullen in hun gedelegeerde handelingen enkel inhoudelijke eisen opnemen voor DPP-data. Voor de IT-technische structuur van het DPP – het zogeheten DPP-systeem – heeft de Europese Commissie een standaardisatieverzoek ingediend bij CEN en CENELEC. De uitwerking wordt daarmee toevertrouwd aan de standaardisatieorganen, maar de Commissie legt wel enkele basisvereisten op, zoals het garanderen van interoperabiliteit.
Laatste update: 1/07/2025
EU-Taxonomie
De EU-Taxonomie (2020) is een Europese verordening die duurzame investeringen wil stimuleren door criteria vast te leggen voor economische activiteiten die als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd. De focus ligt op sectoren met een aanzienlijke milieu-impact, waaronder ook de bouw- en vastgoedsector. De taxonomie verplicht ondernemingen niet om aan de duurzaamheidscriteria te voldoen, maar bepaalde ondernemingen moeten wél rapporteren in welke mate hun activiteiten verband houden met ecologisch duurzame activiteiten.
Een economische activiteit wordt als ecologisch duurzaam beschouwd wanneer zij:
- een substantiële bijdrage levert aan minstens één van de zes milieudoelstellingen, en
- geen ernstige afbreuk doet aan de andere doelstellingen.
De zes milieudoelstellingen zijn:
- Klimaatmitigatie
- Klimaatadaptatie
- Duurzaam gebruik van water en mariene hulpbronnen
- Transitie naar een circulaire economie
- Preventie en bestrijding van verontreiniging
- Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen
De technische screeningscriteria per sector worden vastgelegd in gedelegeerde verordeningen.
De Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486, bevat de criteria waaraan bouw- en vastgoedactiviteiten moeten voldoen om een substantiële bijdrage te leveren aan de transitie naar een circulaire economie. Voor de subactiviteiten Bouw van nieuwe gebouwen, Renovatie van bestaande gebouwen en Gebruik van beton in de weg- en waterbouw wordt volgend technische criterium vermeld:
Bepaling omtrent het beschrijven, opslaan en ter beschikking stellen van gebouwkenmerken in de Gedelegeerde Handeling Milieu (EUR-Lex, 2023).
Hoewel de EU-Taxonomie het begrip 'paspoort' nergens expliciet noemt, verwijst het vermelde criterium impliciet naar het concept van een bouwwerkpaspoort. Het is ook de enige verwijzing binnen de taxonomie die verband houdt met paspoorten.
Op het eerste gezicht legt de EU-Taxonomie dus weinig verplichtingen op met betrekking tot het gebruik van paspoorten in de bouwsector. Anderzijds kunnen actoren in de bouw- en vastgoedsector het bouwwerkpaspoort als praktisch hulpmiddel inzetten om te voldoen aan de rapportageverplichtingen van de Taxonomie, door hierin alle relevante gegevens op te nemen die nodig zijn om aan de technische criteria te beantwoorden. In parameterlijst op de website van Digital 4 Circular Construction werden de parameters die relevant zijn voor EU-Taxonomierapportage aangeduid.
Merk op dat er voor de subactiviteit Gebruik van beton in weg- en waterbouw enkel technische screeningscriteria beschikbaar zijn voor een substantiële bijdrage aan de circulaire economie. Dit betekent dat een digitale beschrijving van de bouwwerkkenmerken noodzakelijk is om te kunnen claimen dat de activiteit ecologisch duurzaam is.
Laatste update: 1/07/2025
Energy Performance of Buildings Directive (EPBD)
De Energy Performance of Buildings Directive (EPBD, 2024) is een Europese richtlijn die tot doel heeft om tegen 2050 een emissievrij gebouwenbestand in de EU te realiseren. De EPBD vormt het kader voor het energieprestatiebeleid van gebouwen op het niveau van de lidstaten, en bepaalt minimumeisen rond energieprestaties, de bijhorende berekeningsmethode, nationale plannen, energiecertificering en keuring van technische systemen in gebouwen.
De huidige versie bouwt voort op de vorige EPBD uit 2010 en introduceert een aantal aanvullende voorschriften. Naast energieprestatie worden nu ook aspecten zoals het aardopwarmingsvermogen over de volledige levenscyclus van gebouwen, de integratie van zonne-energie, renovatiepaspoorten, infrastructuur voor duurzame mobiliteit, slimme gebouwen en de kwaliteit van het binnenmilieu meegenomen. Het renovatiepaspoort kan worden gezien als het nieuwe energieprestatiecertificaat voor bestaande gebouwen, waarin stappen voor een gefaseerde grondige renovatie een belangrijkere plaats krijgen. De herziening vertrekt vanuit de ambitie om, naast de operationele milieu-impact van gebouwen, ook de ingebedde milieu-impact van materialen structureel te verankeren in de energieregelgeving (OVAM, 2024). In artikel 2 worden de nieuwe begrippen renovatiepaspoort en digitaal gebouwlogboek gedefineerd (zie Definities).
Lidstaten hebben tot 2028 de tijd om de gereviseerde richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. In België behoort energieprestatie tot de bevoegdheid van de gewesten, in Vlaanderen zal in de eerste plaats het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) aan de slag zal gaan met de omzetting.
Hoewel de exacte invulling van begrippen zoals digitaal gebouwlogboek en renovatiepaspoort op nationaal vlak nog moet worden uitgeklaard, geven verschillende artikels van de EPBD al richting aan de inhoud en functie van deze instrumenten.
Naast richtlijnen over de inhoud van renovatiepaspoorten, energieprestatiecertificaten en databanken voor energieprestaties van gebouwen, bevat de gereviseerde EPBD ook bepalingen over de vormgeving van deze instrumenten en de gegevensuitwisseling ertussen. Zo dienen lidstaten volledige interoperabiliteit van systemen en gegevensuitwisseling binnen de EU te bevorderen. Daarnaast moet elke lidstaat een nationale databank opzetten voor energieprestatiegegevens van gebouwen, waarbij de opgeslagen informatie over het gebouwenbestand machineleesbaar moet zijn.
Laatste update: 1/07/2025
Regelgevend Kader voor bouwwerkpaspoorten in Vlaanderen
Op Vlaams niveau bereidt de OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) een regelgevend kader over het bouwwerkpaspoort voor. Het bouwwerkpaspoort krijgt een brede invulling als instrument voor een circulaire bouwwerken met een lagere milieu-impact, het vergemakkelijken van onderhoud, en het garanderen van veiligheid en gezondheid. De nadruk ligt voorlopig op gebouwen, maar ook infrastructuur kan in de toekomst aan bod komen.
Vermoedelijk zal de opmaak van een bouwwerkpaspoort gekoppeld worden aan de omgevingsvergunning. Op het moment van het schrijven van deze tekst is de timing hiervoor nog niet gekend. Het is nog niet beslist of dit verplicht wordt voor alle nieuwbouw of enkel in bepaalde contexten (zoals openbare aanbestedingen. Voor de opmaak van het paspoort wordt vooral gekeken naar de architect en de aannemer als een logische partij voor de opmaak van het paspoort, zonder de rol van ontwerper en eigenaar uit het oog te verliezen.
OVAM werkte de afgelopen jaren aan een parameterlijst (met gegevens die in het paspoort moeten worden opgenomen) en een roadmap (stappenplan) voor de invoering van het bouwwerkpaspoort. De parameterlijst is afgestemd op de bepalingen uit de vernieuwde EPBD-richtlijn, en werd overgenomen in de parameterlijsten achter de tegel Parameterlijsten op deze website. De roadmap voorziet een stapsgewijze invoering in vier evoluties:
- Van een beperkte parameterlijst naar een volledige parameterlijst
- Van manuele inventarisatie (bv. via Excel), via een export uit TOTEM (digitale tool voor milieuprestaties van materialen), naar een export van een BIM-model
- Van technische fiches in pdf naar digitale productpaspoorten
- Van het bestaande BB/SfB~TOTEM-classificatiesysteem naar een nieuw systeem ontwikkeld door de sector zelf
Daarnaast werkt OVAM aan een dataplatform waarin materiaaldata van bouwwerken automatisch of manueel kunnen worden verzameld. Dat kan via externe overheidsdatabronnen, manuele input of paspoorten die opgemaakt zijn via commerciële tools. Ook manuele opmaak via het platform zelf wordt mogelijk. Op dit moment wordt een haalbaarheidsstudie afgerond; daarna volgt een analyse van de gewenste functionaliteiten. Er wordt ook doorstroom van data naar andere instrumenten zoals de Woningpas, de sloopinventaris en het postinterventiedossier (PID) voorzien.
In de Beleidsnota 2024-2029 Omgeving van minister Jo Brouns staat:
“We onderzoeken de ontwikkeling van een gebouwenpaspoort dat inzichtelijk maakt welke grondstoffen en materialen in een gebouw verwerkt zijn en hoe deze bij renovatie of sloop hergebruikt kunnen worden. Het beperken van administratieve lasten is daarbij een belangrijk uitgangspunt.”
Tijdens recente overlegmomenten onderstreepte OVAM het belang van afstemming met bestaande databronnen en de andere gewesten om administratieve lasten te beperken.
Laatste update: 31/03/2025
Normalisatie – algemeen
De normalisatie van paspoorten in de bouwsector is volop in ontwikkeling. Op het moment van schrijven lopen er meerdere Europese normalisatie-initiatieven die zich richten op digitale paspoorten, momenteel vooral op productniveau.
Onderstaand schema biedt een overzicht van de voornaamste normalisatie-initiatieven rond het Digital Product Passport (DPP) en hun verband met relevante Europese regelgeving. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- inhoudelijke informatievereisten (“DPP data”), en
- vormelijke of IT-technische vereisten (“DPP system”).
Een centraal initiatief is het werk binnen CEN/CLC/JTC 24 – Digital Product Passport – Framework and system. Op verzoek van de Europese Commissie worden binnen dit comité de krijtlijnen uitgezet voor een sectoroverschrijdende IT-architectuur voor alle digitale productpaspoorten.
Voor de bouw is echter een oplosisng op maat nodig, onder meer om een vlotte interoperabiliteit met BIM-modellen te waarborgen. Daarom werd binnen CEN/TC 442 – Building Information Modelling een aanvullend, vrijwillig normalisatietraject opgestart dat deze afstemming op de bouwpraktijk verder concretiseert.
Daarnaast vermeldt de herziene Construction Products Regulation (CPR) een aantal milieu-informatievereisten die kunnen worden opgenomen in geharmoniseerde productnormen per bouwproductcategorie. Het gaat over kenmerken als ‘gehalte aan hergebruikt en gerecycled materiaal’, ‘herbruikbaarheid’ en ‘recycleerbaarheid’. Hoewel deze begrippen inhoudelijk genoemd worden, ontbreken vandaag nog duidelijke en geharmoniseerde definities.
Ook andere Europese wetgeving in het kader van de Green Deal, zoals de EU-Taxonomie en de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) bevat informatie-eisen op gebied van duurzaamheid die een nood aan standaardisatie met zich meebrengen. Dat geldt in het bijzonder voor circulaire aspecten van bouwproducten en bouwwerken. Om hierop te anticiperen werd binnen CEN/TC 350/SC 1 – Circular economy in the construction sector een vrijwillig normalisatie-initiatief gestart dat zich toespitst op normalisatie van circulaire informatie in de bouw.
In wat volgt worden deze normalisatie-initiatieven kort toegelicht.
Overzicht van de voornaamste normalisatie-initiatieven rond het Digital Product Passport (DPP).
CEN/CLC/JTC 24 – Digital Product Passport – Framework and System
Het technische comité CEN/CLC/JCT 24 is een ‘Joint Technical Committee’, d.w.z. een comité bestaande uit leden van CEN (Comité Européen de Normalisation) en CENELEC (Comité Européen de Normalisation Électrotechnique). Zo’n comité wordt ingericht wanneer zowel CENELEC (elektrotechniek) als CEN (andere sectoren) een norm nodig hebben voor hetzelfde thema en er een risico is op duplicatie van werk en overlap.
Op verzoek van de Europese Commissie ontwikkelt CEN/CLC/JCT 24 sectoroverschrijdende normen voor de IT-architectuur van het “DPP system”. Enkele aspecten van het “DPP-system” betreffen dataopslag, identificatie van gegevensdragers, beveiliging en toegang, data-uitwisseling, IT-services en API’s, en workflows en dataverwerking. CEN/CLC/JCT 24 is gestructureerd in 4 werkgroepen:
- WG 1 – Strategic Advisory Group
- WG 2 – Unique identifiers and data carriers
- WG 3 – Security
- WG 4 – Interoperability framework
In onderstaande tabel worden de door de Europese Commissie gevraagde normen zoals gecommuniceerd via het officiële standaardisatieverzoek, alsook hun status, weergegeven.
Tabel 2: Lijst van te ontwikkelen Europese normen en hun status.
Referentie-informatie | Deadline voor vaststelling door de ESO’s | Stand van zaken 31/07/2025 | |
| Europese norm(en) voor unieke identificatiemiddelen | 31/12/2025 | prEN 18219 – Digital product passport – Unique identifiers – status: “Under Enquiry” | |
| Europese norm(en) voor gegevensdragers en linken tussen fysisch product en digitale representatie | 31/12/2025 | prEN 18220 – Digital product passport – Data carriers – status: “Under Enquiry” | |
| Europese norm(en) voor beheer van toegangsrechten, informatie, systeembeveiliging en bedrijfsvertrouwelijkheid | 31/12/2025 | prEN 18239 – Digital Product Passport – access rights management, information system security, and business confidentiality – status: “Under Approval” | |
| Europese norm(en) voor interoperabiliteit (technisch, semantisch, organisatorisch) | 31/12/2025 | prEN 18223 – Digital Product Passport – System interoperability | |
| Europese norm(en) voor gegevensververwerking, gegevensuitwisselingsprotocollen en gegevensformaten | 31/12/2025 | prEN 18216 – Digital product passport – Data exchange protocols – status: “Under Enquiry” | |
| Europese norm(en) voor gegevensopslag, -archivering en duurzame gegevensopslag | 31/12/2025 | prEN 18221 – Digital product passport – data storage, archiving, and data persistence – status: “Under Enquiry” | |
| Europese norm(en) voor gegevensverificatie, -betrouwbaarheid en -integriteit | 31/12/2025 | prEN 18246 – Digital product passport – Data authentication, reliability and integrity – status: “Under Approval” | |
| Europese norm(en) voor Application Programming Interfaces (API’s) voor het beheer van productpaspoorten gedurende hun levensduur en opzoekbaarheid | 31/12/2025 | prEN 18222 – Digital Product Passport – Application Programming Interfaces (APIs) for the product passport lifecycle management and searchability – status: “Under Enquiry” | |
Het tempo ligt hoog. De rol van normalisatie werd reeds vroeg aangekondigd door de Europese Commissie. In 2023 werd daarom reeds een Standardisation Ad Hoc Group (SRAHG) opgericht, om het standaardisatieverzoek voor te bereiden. Eind 2023 werd CEN/CLC/JCT 24 opgericht als vervolg van deze ad hoc groep. De geharmoniseerde standaarden dienen klaar te zijn tegen eind 2025. Het systeem van digitale productpaspoorten voor bouwproducten wordt via een gedelegeerde handeling ingevoerd tegen 2026.
Het tempo ligt hoog. De Europese Commissie kondigde al in een vroeg stadium aan dat normalisatie een centrale rol zou spelen in de uitwerking van digitale productpaspoorten. Om dit proces tijdig voor te bereiden, werd in 2023 de Standardisation Ad Hoc Group (SRAHG) opgericht. Deze groep legde mee de basis voor het formele standaardisatieverzoek. Als vervolg op dit voorbereidende werk werd eind 2023 CEN/CLC/JTC 24 opgericht, dat nu instaat voor de uitwerking van het algemene raamwerk voor digitale productpaspoorten. De ontwikkeling van de bijhorende geharmoniseerde normen moet afgerond zijn tegen eind 2025.
Laatste update: 1/08/2025
CEN/TC 350/SC 1/WG 4 – Circular related information in construction works
Het technische subcomité CEN/TC 350/SC 1 – Circular economy in the construction sector werd in 2020 opgericht en richt zich op Europese normalisatie ter ondersteuning van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie in de bouwsector.
Een gap-analyse uit 2023 analyse bracht een behoefte vanuit de markt aan standaardisatie van circulaire informatie en paspoorten voor de bouw aan het licht.
Om hierop in te spelen, werd binnen het subcomité een werkgroep opgericht die zich focust op horizontale vereisten voor de communicatie van informatie gerelateerd aan circulariteit in digitale product- en bouwwerkpaspoorten: CEN/TC 350/SC 1/WG 4. De werkgroep wordt geleid door de Deense normalisatieorganisatie Dansk Standard. Momenteel behandelt WG 4 de volgende preliminary work items (PWI’s):
- Circular Economy in the Construction Sector – Communication of circular related information – Horizontal requirements for digital passports for construction products
- Circular Economy in the Construction Sector – Communication of circular related information – Horizontal requirements in built environment digital passports/logbooks
Door in te zetten op de communicatie van circulaire informatie, onderscheidt het normalisatiewerk zich van bredere initiatieven zoals normalisatie van het algemene “DPP-system”, dat sectorsoverschrijdend is en niet exclusief gericht op de bouwsector. De normen die binnen dit kader worden ontwikkeld, kunnen worden beschouwd als bouwspecifieke modules binnen digitale product- en bouwwerkpaspoorten.
Tegelijkertijd gaat dit werk op bepaalde vlakken verder dan de generieke DPP-initiatieven, door nadrukkelijk het belang te onderstrepen van de dynamische relaties tussen bouwproducten en hun toepassing in bouwwerken. Dit opent de deur naar technische uitwerkingen rond thema’s zoals het gebruik van digitale paspoorten bij herstel en opknapwerk van producten, en rapportage in het kader van de EU-Taxonomie.
Het begrip construction works omhelst zowel gebouwen als infrastructuur.
CEN/TC 350/SC 1/WG 4 wordt actief opgevolgd door Buildwise.
Laatste update: 1/08/2025
CEN/TC 442 – Building Information Modelling (BIM)
Content in opbouw
Belangrijkste referenties
Brouns, J. (2024, november 15). Publicaties van de Vlaamse Overheid. Opgehaald van Beleidsnota 2024-2029 Omgeving: https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/70859
Comité Européen de Normalisation (CEN). (sd). CEN/CLC/JTC 24 - Digital Product Passport - Framework and System. Opgehaald van CEN-CENELEC: https://standards.cencenelec.eu/dyn/www/f?p=205:22:0::::FSP_ORG_ID,FSP_LANG_ID:3342699,25&cs=12616BE69292A0FC25E5FFCFCB1205587
Comité Européen de Normalisation (CEN). (sd). CEN/TC 350/SC 1/WG 4 - Circular related information in construction works. Opgehaald van CEN-CENELEC: https://standards.cencenelec.eu/dyn/www/f?p=205:22:0::::FSP_ORG_ID,FSP_LANG_ID:3473395,25&cs=18A51DBE4D289B722BEE7F9DDD22F6E51
Comité Européen de Normalisation (CEN). (sd). CEN/TC 442/WG 12 - Digitalization of construction products performance characteristics. Opgehaald van CEN-CENELEC: https://standards.cencenelec.eu/dyn/www/f?p=205:22:0::::FSP_ORG_ID,FSP_LANG_ID:3496805,25&cs=15773996D59E504DEA97F8140C044C4F0
De Europese Commissie. (2023, november 21). Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486 van de Commissie van 27 juni 2023 (Gedelegeerde Handeling Milieu). Opgehaald van EUR-Lex: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202302486
D-studio en OVAM. (2024, december 4). Stakeholderoverleg bouwwerkpaspoort-platform.
Europese Commissie. (2024, oktober 30). Conference on the new Construction Products Regulation 2024. Opgehaald van https://single-market-economy.ec.europa.eu/events/conference-new-construction-products-regulation-2024-2024-10-30_en
Europese Commissie. (2024). Draft SReq for ‘Digital Product Passport’ (DPP) + Annexes.
Europese Commissie. (2024, mei 22). Information session on new Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR). Opgehaald van https://environment.ec.europa.eu/events/information-session-new-ecodesign-sustainable-products-regulation-espr-2024-05-22_en
Het Europees Parlement en de Raad. (2024, mei 8). Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (EPBD). Opgehaald van EUR-Lex: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401275
Het Europees Parlement en de Raad. (2024, juni 13). Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR). Opgehaald van EUR-Lex: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401781
OVAM. (2024, juli 8). Uitwisseling Buildwise - OVAM omtrent het bouwwerkpaspoort.
OVAM. (2024, november 28). Workshop bouwwerkpaspoort. Mechelen.
Raad van de Europese Unie. (2024, oktober 16). Raadsdocument PE‑CONS 12/24 (COD 2022/0094), inzake de geactualiseerde Construction Products Regulation (CPR 2024). Opgehaald van Consilium — de officiële website van de Raad van de Europese Unie en de Europese Raad: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/PE-12-2024-INIT/nl/pdf